Artemis



De Artemis – genoemd naar de godin van de jacht werd in 1926 in Noorwegen gebouwd voor de walvisvangst. Het werd indertijd Pol II genoemd, het zusterschip van Pol IV, de tegenwoordige Stedemaegt. Tot 1940 werd het schip ingezet in noordelijke en zuidelijke poolzeeën. Pol II was uitgerust met een stoommachine en tweemasten In 1948 werd het schip naar Zweden verkocht en onder de naam Lister omgebouwd tot vrachtschip. In 1951 werd het wee meter verlengd tot de huidige lengte. Van 1967 tot 1998 zette rederij Grube uit het Deense Marstal haar in op de wilde vaart tussen Azië, Zuid-Amerika en Scandinavië. In 1998 werd de Artemis opgekocht door de gebroeders Bruinsma, die het verbouwden tot een driemast bark en geschikt maakten voor reizen met gasten. In het ruim, waar vroeger menige walvis werd gevild, bevinden zich tegenwoordig veertien uiterst comfortabele hutten met douche en wc. Het schip heeft centrale verwarming en airconditioning, beschikt over de modernste navigatie- en communicatieapparatuur, en een kleine hotelkeuken, die niets te wensen overlaat. Uiteraard is ook volledige voorgeschreven veiligheidsuitrusting voor de grote vaart aanwezig.
De Artemis weet met haar uitstekende zeileigenschappen en de geslaagde balans tussen zeevaarttraditie en modern comfort ook veeleisende gasten te overtuigen.

EigenaarJan BruinsmaLandNederlandBoottypeDriemasterThuishavenHarlingenLengte59.0 mBreedte7.01 mDiepgang3.49 mEditie2022Nummer16Bouwjaar1926